Als natuurgeneeskundig therapeut en paardentrainer vind ik het erg belangrijk dat de training van een paard bijdraagt aan zijn gezondheid. Met mijn trainingen wil ik zowel bijdragen aan de fysieke als de mentale gezondheid van het paard. Mijn doel is om het paard steeds gemotiveerder, sterker en soepeler te maken en meer bewust van zijn lichaam. Dat doe ik door veel afwisseling aan te brengen in de training, oefeningen voor soepelheid, kracht en coördinatie uit te voeren en ik pas bodywork toe. Ook van belang is de manier waarop je een paard iets leert. In deze blog zal ik daarover wat vertellen.

Je kan een paard op verschillende manieren wat leren. Bijvoorbeeld door beloning (positief en negatief), bestraffing (positief en negatief) en gewenning. Een interessant punt voor gezondheid vind ik de twee manieren van gewenning. Je kan een paard langzaam laten wennen aan iets door met een kleine prikkel te beginnen en langzaam op te bouwen totdat het paard gewend is aan de grote prikkel. Je hebt dan steeds een klein beetje onrust maar de prikkel is niet dusdanig groot dat je grote angst bij het paard veroorzaakt. Een andere manier van gewenning is het paard meteen blootstellen aan de grote prikkel (flooding). Het paard reageert heftig en dat wordt steeds minder, totdat het paard niet meer reageert. Dat tweede wordt op veel stallen nog gebruikt om paarden zadelmak te maken. Het paard gaat dan bij de eerste rit bokkend en galopperend door de bak totdat hij niet meer zo extreem op de ruiter reageert. Dan is hij zadelmak. Aan deze methoden zitten veel nadelen. Als het paard weet te ontsnappen aan de druk tijdens de piek van zijn angst, bouwt hij een steeds grotere angst op. Angst levert erg veel stress op en dat geeft fysiologische veranderingen. Bij angst zijn veel hormonen actief en de immuniteit en eetlust daalt. Het paard wordt met deze methode gedemotiveerd en de methode tast zijn gezondheid aan. Daarnaast kan een paard fysieke schade oplopen door de extreme bewegingen tijdens zijn paniek. Veel paarden die langere tijd op een stressvolle manier getraind zijn en daarna niet correct getraind worden, zijn op hun 18e oud en versleten. Terwijl paarden die op een goede manier gehouden en getraind worden, op hun 18e op hun best zijn. Veel paarden zijn zich niet meer bewust van hun eigen lijf na een stressvolle training en ze zijn niet gemotiveerd om vrij te bewegen door fysieke en mentale spanning. Ze hebben geleerd om prikkels op hun rug grotendeels te negeren en zelf niets te onderzoeken. Het is niet gek dat de paarden vervolgens niet uit zichzelf de ruiter gaan dragen. Gewenning door flooding draagt aldus niet bij aan een gezonde training van een paard. Het paard verliest zijn motivatie, vrije beweging en lichaamsbewustzijn en dat zijn juist kenmerken voor een gezond functionerend lichaam.

Een ander interessant punt waar ik deze week over sprak tijdens een cursus van ethologe en paardentrainer Lucy Rees, is de manier waarop wij ons paard sturen langs een onbekend obstakel. De meeste ruiters nemen de teugel aan wanneer het paard iets engs ziet. Hij kan er immers op elk moment vandoor gaan en dat willen we voorkomen. Wat we ons echter niet beseffen is dat juist deze druk het paard onzekerder maakt. Hij kan zo het object zelf niet zien en niet onderzoeken. Als paarden iets engs zien, rennen ze weg of ze gaan op onderzoek uit. Paarden zijn hele nieuwsgierige wezens en ze zullen van nature graag ´enge dingen´ met voorzichtigheid onderzoeken. Het zicht van een paard is echter heel anders dan van een mens. Als een paard iets onderzoekt, bekijkt het paard het van verschillende kanten met het hoofd laag. Een paard kan een object dat zich vlak voor hem bevindt niet zien zonder zijn hoofd te draaien. Ook gebruikt het paard vaak zijn neus en tastharen. Het reukvermogen van een paard is vele malen groter dan dat van een mens. Daarom is het belangrijk het paard aan te moedigen het object te onderzoeken en hem daar tegelijkertijd de kans toe te geven. In enkele ethologie cursussen van Lucy Rees werkte ik met een alerte pony over verschillende obstakels. Ik maakte de fout het paard meteen mee te nemen over het eerste obstakel. Het paard luisterde prima want elke keer als hij de gewenste kant opliep, gaf ik lengte. Echter, ik dirigeerde hem toch steeds een bepaalde kant op en gaf hem niet genoeg tijd en vrijheid om het obstakel te onderzoeken. Voor het paard betekende dit dat hij niet echt wat geleerd had. Hij week voor druk en dat kende hij al. De volgende keer liet ik het paard helemaal los in plaats van het continu een kant op te sturen. Mijn intentie was uiteraard wel om over het obstakel te lopen. Het paard maakte meteen gebruik van de vrijheid en onderzocht het obstakel. Hij graafde wat met zijn benen en taste af met zijn neus. Het paard had er lol in en wilde nadat hij van het obstakel af was meteen weer naar het obstakel. Op deze manier had het paard wél meer over het obstakel geleerd en was hij extra gemotiveerd!

Vrijheid om te laten onderzoeken en het langzaam opbouwen van prikkels zijn dus belangrijke punten voor de motivatie, gezondheid en het leerproces van het paard. Houd rekening met hoe paarden de wereld waarnemen en als het paard bang is voor een trailer, begin dan met het lopen over een plank en voeg steeds meer elementen toe die een trailer ook heeft. Laat het paard ze rustig en in alle vrijheid onderzoeken en maak er een leuke activiteit van. Op buitenrit heb je niet altijd de kans om paarden rustig te laten wennen, want er rijden soms grote obstakels op je af. Toch is het dan van belang het paard vertrouwen en ruimte te geven, anders reageer je met spanning op spanning en dat maakt het erger. Wanneer dit niet vertrouwd is, is het beter om even af te stappen en rustig naast het paard in de richting van het object te lopen. Want ook het vertrouwen van de ruiter zelf is enorm belangrijk, alsmede lichaamsbewustzijn en vrije beweging met een rustige ademhaling. Wanneer je deze eigenschappen samen met je paard kan bereiken, ben je dubbel zo goed bezig!